‘Rot op, ga weg’, roep ik, terwijl hij aanstalten maakt om het huis te verlaten.

Ik ben geraakt, de tijger in mij ontwaakt meteen en valt aan. Met vlijmscherpe, harde woorden verjaagt ze de ‘vijand’ en beschermd ze het gekwetste kind dat doodsbang is om verlaten te worden en alleen achter te blijven.

Diep van binnen is er een zacht stemmetje dat zegt: ‘ga niet weg, hou me vast.’

Een tijd geleden ontmoette ik dit meisje dat geleerd heeft zich te verstoppen en vooral niet langer om aandacht en liefde te vragen om te voorkomen dat ze opnieuw met lege handen achterblijft.

Ze zit stilletjes in een donker holletje. Ik steek mijn hand uit en vertel haar dat ze bang mag zijn, dat ik er nu voor haar ben en haar niet in de steek zal laten. Voorzichtig legt ze haar hand in de mijne en komt naar buiten.

Het lukt steeds beter om haar te zien en te luisteren naar wat ik voel en nodig heb.

Waardoor de tijger een stapje terug kan doen en ik kan zeggen dat ik eigenlijk bang ben en graag wil dat hij blijft en me vasthoudt.